1
werkwoord[I]
beginnen te gebeuren of te bestaan; in werking treden.
/bɪˈɡɪn/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Oudengelse beginnan, met de betekenis ‘beginnen, proberen, ondernemen’, verwant aan het Duitse beginnen.
Voorbeelden
The meeting will begin soon.
/ðə ˈmiːtɪŋ wɪl bɪˈɡɪn suːn/
De vergadering begint binnenkort.
Classes begin at nine o'clock.
/ˈklæsɪz bɪˈɡɪn æt naɪn əˈklɑːk/
De lessen beginnen om negen uur.
Collocaties
AI-gegenereerd