1
zelfstandig naamwoord[C, U]
Het proces of de gebeurtenis waarbij een baby of jong dier ter wereld komt; het geboren worden.
/bɝθ/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Oudengels gebyrd, met de betekenis ‘geboorte, oorsprong, afkomst’, verwant aan bear in de betekenis ‘dragen, baren’.
Voorbeelden
The birth of their daughter filled the family with joy.
/ðə bɝθ əv ðer ˈdɔtər fɪld ðə ˈfæməli wɪð dʒɔɪ/
De geboorte van hun dochter vervulde de familie met vreugde.
She attended the birth at the hospital.
/ʃi əˈtɛndɪd ðə bɝθ æt ðə ˈhɑspɪtəl/
Ze woonde de bevalling in het ziekenhuis bij.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd