1
zelfstandig naamwoord[U]
De rode vloeistof die door de lichamen van mensen en dieren circuleert en zuurstof en voedingsstoffen vervoert.
/blʌd/
Uitspraak
Etymologie
Van het Oudengelse blōd, uit het Proto-Germaanse *blōþą.
Voorbeelden
The nurse drew blood for the test.
/ðə nɝːs druː blʌd fər ðə tɛst/
De verpleegkundige nam bloed af voor de test.
Blood was dripping from the cut.
/blʌd wəz ˈdrɪpɪŋ frəm ðə kʌt/
Er druppelde bloed uit de snijwond.
Collocaties
AI-gegenereerd