1
zelfstandig naamwoord[C]
Een los bovenkledingstuk, meestal door vrouwen gedragen, dat op een overhemd lijkt en vaak van lichte stof is gemaakt.
/blaʊs/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Franse blouse, oorspronkelijk gebruikt voor een werkmans- of boerenhemd; verdere herkomst onzeker.
Voorbeelden
She wore a white blouse to the interview.
/ʃi wɔr ə waɪt blaʊs tə ði ˈɪntərˌvjuː/
Ze droeg een witte bloes naar het sollicitatiegesprek.
That silk blouse needs to be dry-cleaned.
/ðæt sɪlk blaʊs niːdz tə bi draɪ kliːnd/
Die zijden bloes moet chemisch gereinigd worden.
Collocaties
AI-gegenereerd