1
zelfstandig naamwoordtelkbaar, ontelbaar [C, U]
De lucht die in de longen wordt opgenomen of daaruit wordt uitgeademd.
/brɛθ/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Oudengels brǣþ, met de betekenis ‘geur, reuk, uitademing’; verwant aan het werkwoord ‘breathe’.
Voorbeelden
She could see her breath in the cold morning air.
/ʃi kʊd si hɝ brɛθ ɪn ðə koʊld ˈmɔrnɪŋ ɛr/
Ze kon haar adem zien in de koude ochtendlucht.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd