1
zelfstandig naamwoord[C]
Een eenvoudig voertuig met twee of vier wielen, meestal getrokken door een paard, tractor of persoon, en gebruikt om goederen te vervoeren.
/kɑrt/
Uitspraak
Etymologie
Middle English, from Old Northern French carte, probably related to Old Norse kartr, meaning a cart or carriage.
Voorbeelden
The farmer loaded hay onto the cart.
/ðə ˈfɑrmər ˈloʊdɪd heɪ ˈɑntu ðə kɑrt/
De boer laadde hooi op de wagen.
Collocaties
AI-gegenereerd