1
werkwoord[T]
Iets vastpakken dat door de lucht beweegt of van je af beweegt.
/kætʃ/
Uitspraak
Etymologie
Van het Middelengelse cacchen, uit het Anglo-Normandische en Oudfranse cachier, wat “achternazitten, vangen” betekent.
Voorbeelden
She managed to catch the ball before it hit the ground.
/ʃi ˈmænɪdʒd tə kætʃ ðə bɔl bɪˈfɔr ɪt hɪt ðə ɡraʊnd/
Ze wist de bal te vangen voordat die de grond raakte.
Try to catch the keys when I throw them.
/traɪ tə kætʃ ðə kiz wɛn aɪ θroʊ ðɛm/
Probeer de sleutels te vangen als ik ze gooi.
Collocaties
AI-gegenereerd