1
zelfstandig naamwoord[C]; plural: children
Een jong mens; een jongen of meisje dat nog niet volwassen is.
/tʃaɪld/
Uitspraak
Etymologie
From Old English cild, meaning “child, infant, unborn or newly born person”; related to forms in other Germanic languages.
Voorbeelden
The child laughed when the dog chased the ball.
/ðə tʃaɪld læft wɛn ðə dɔɡ tʃeɪst ðə bɔːl/
Het kind lachte toen de hond achter de bal aanzat.
Every child needs love and safety.
/ˈɛvri tʃaɪld niːdz lʌv ænd ˈseɪfti/
Elk kind heeft liefde en veiligheid nodig.
Collocaties
AI-gegenereerd