1
werkwoord[T]
Iets in stukken snijden met herhaalde scherpe slagen, vooral met een mes of bijl.
/tʃɑːp/
Uitspraak
Etymologie
Middelengels choppen, waarschijnlijk van imitatieve oorsprong, en verwijst naar het geluid van een scherpe slag.
Voorbeelden
Chop the carrots into small pieces.
/tʃɑːp ðə ˈkærəts ˈɪntu smɔːl ˈpiːsɪz/
Hak de wortels in kleine stukjes.
She chopped the onions for the soup.
/ʃiː tʃɑːpt ði ˈʌnjənz fər ðə suːp/
Ze hakte de uien voor de soep.
Collocaties
AI-gegenereerd