1
werkwoord[T, I]
Omhooggaan, vooral met behulp van handen en voeten of met moeite.
/klaɪm/
Uitspraak
Etymologie
From Old English climban, meaning “to climb,” related to similar Germanic forms.
Voorbeelden
She began to climb the steep hill before sunrise.
/ʃi bɪˈɡæn tə klaɪm ðə stiːp hɪl bɪˈfɔr ˈsʌnˌraɪz/
Ze begon voor zonsopgang de steile heuvel op te klimmen.
The children love to climb trees.
/ðə ˈtʃɪldrən lʌv tə klaɪm triːz/
Kinderen klimmen graag in bomen.
Collocaties
AI-gegenereerd