1
zelfstandig naamwoord[C]
Een plaats waar mensen medisch advies of behandeling krijgen, vooral als poliklinische patiënten en niet met overnachting.
/ˈklɪnɪk/
Uitspraak
Etymologie
From French clinique, from Latin clinicus, from Greek klinikos meaning “of a bed,” from klinē meaning “bed.”
Voorbeelden
The clinic is open until six on weekdays.
/ðə ˈklɪnɪk ɪz ˈoʊpən ənˈtɪl sɪks ɑn ˈwikdeɪz/
De kliniek is op weekdagen tot zes uur open.
She went to the clinic for a blood test.
/ʃi wɛnt tə ðə ˈklɪnɪk fər ə blʌd tɛst/
Ze ging naar de kliniek voor een bloedonderzoek.
Collocaties
AI-gegenereerd