1
zelfstandig naamwoord[C]
Een kleine kamer of kast die wordt gebruikt om kleren, huishoudelijke voorwerpen of andere dingen in op te bergen.
/ˈklɑːzɪt/
Uitspraak
Etymologie
Van het Oudfranse closet, een verkleinwoord van clos met de betekenis ‘omheining’, uit het Latijnse clausum, ‘afgesloten plaats’.
Voorbeelden
She hung her coat in the closet.
/ʃi hʌŋ hɝ koʊt ɪn ðə ˈklɑːzɪt/
Ze hing haar jas in de kast.
The hallway closet is full of shoes.
/ðə ˈhɔːlweɪ ˈklɑːzɪt ɪz fʊl əv ʃuːz/
De kast in de gang zit vol schoenen.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd