1
zelfstandig naamwoordtelbaar en niet-telbaar [C, U]
geweven of gebreid materiaal, vooral materiaal dat gebruikt wordt voor het maken van kleding, bekleding of huishoudelijke voorwerpen
/klɔːθ/
Uitspraak
Etymologie
Van het Oudengelse clāþ, dat ‘cloth, garment’ betekende, van Germaanse oorsprong.
Voorbeelden
The dress was made from a soft cotton cloth.
/ðə dres wəz meɪd frəm ə sɒft ˈkɒtən klɔːθ/
De jurk was gemaakt van zachte katoenen stof.
The shop sells silk cloth by the metre.
/ðə ʃɒp selz sɪlk klɔːθ baɪ ðə ˈmiːtə/
De winkel verkoopt zijden stof per meter.
Collocaties
AI-gegenereerd