1
zelfstandig naamwoord[C]
Een elektronisch apparaat dat gegevens opslaat, verwerkt en ophaalt, en dat geprogrammeerd kan worden om veel verschillende taken uit te voeren.
/kəmˈpjuːtər/
Uitspraak
Etymologie
Van compute + -er; oorspronkelijk ‘iemand die berekent’, later toegepast op rekenmachines en vervolgens op elektronische apparaten.
Voorbeelden
My computer crashed during the presentation.
/maɪ kəmˈpjuːtər kræʃt ˈdʊrɪŋ ðə ˌprɛzənˈteɪʃən/
Mijn computer crashte tijdens de presentatie.
She bought a new computer for school.
/ʃiː bɔːt ə nuː kəmˈpjuːtər fər skuːl/
Ze kocht een nieuwe computer voor school.
Collocaties
AI-gegenereerd