1
werkwoord[T, I]
Doorgaan met iets doen of blijven bestaan zonder te stoppen.
/kənˈtɪnjuː/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Middelengels continuen, uit het Oudfrans continuer, uit het Latijn continuare, dat “voortdurend maken” betekent, van continuus “ononderbroken”.
Voorbeelden
She continued working after dinner.
/ʃi kənˈtɪnjuːd ˈwɜːrkɪŋ ˈæftər ˈdɪnər/
Ze bleef na het avondeten werken.
Despite the rain, the game continued.
/dɪˈspaɪt ðə reɪn ðə ɡeɪm kənˈtɪnjuːd/
Ondanks de regen ging de wedstrijd door.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd