1
zelfstandig naamwoordzelfstandig naamwoord [C]
Een formele overeenkomst tussen twee of meer mensen, bedrijven of organisaties, vooral een die juridisch afdwingbaar is.
/ˈkɑːntrækt/
Uitspraak
Etymologie
Van Middelengels, uit het Oudfranse contract, uit het Latijnse contractus, met de betekenis ‘overeenkomst’, van contrahere ‘samenbrengen, een overeenkomst sluiten’.
Voorbeelden
She signed a contract with the publisher.
/ʃi saɪnd ə ˈkɑːntrækt wɪð ðə ˈpʌblɪʃər/
Zij tekende een contract met de uitgever.
The contract requires payment within thirty days.
/ðə ˈkɑːntrækt rɪˈkwaɪərz ˈpeɪmənt wɪˈðɪn ˈθɝːti deɪz/
Het contract vereist betaling binnen dertig dagen.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd