1
zelfstandig naamwoordZelfstandig naamwoord [C]
Een kind van iemands tante of oom.
/ˈkʌzən/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Middelengels cosin, uit het Oudfrans cosin, uit het Latijn consobrinus, oorspronkelijk met de betekenis ‘neef aan moederskant’.
Voorbeelden
My cousin is coming to dinner tonight.
/maɪ ˈkʌzən ɪz ˈkʌmɪŋ tə ˈdɪnər təˈnaɪt/
Mijn neef komt vanavond eten.
She grew up with three cousins.
/ʃi ɡruː ʌp wɪð θriː ˈkʌzənz/
Ze groeide op met drie neven.
Collocaties
AI-gegenereerd