1
zelfstandig naamwoord[C]
Een volwassen vrouwelijk rund, vooral gehouden voor melk of fokkerij.
/kaʊ/
Uitspraak
Etymologie
Van het Oudengelse cū, uit het Proto-Germaanse *kūz; verwant aan het Nederlandse koe en het Duitse Kuh.
Voorbeelden
The cow was grazing in the field.
/ðə kaʊ wəz ˈɡreɪzɪŋ ɪn ðə fiːld/
De koe graasde in het veld.
Farmers milk the cows twice a day.
/ˈfɑːrmərz mɪlk ðə kaʊz twaɪs ə deɪ/
Boeren melken de koeien twee keer per dag.
Collocaties
AI-gegenereerd