1
zelfstandig naamwoord[C]
Een voor een bepaald doel gemaakt voorwerp of stuk apparatuur, vooral een mechanisch of elektronisch.
/dɪˈvaɪs/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Middelengelse devis, uit het Oudfranse devis, verwant aan deviser, dat ‘verdelen, rangschikken, plannen’ betekent.
Voorbeelden
This device tracks your heart rate throughout the day.
/ðɪs dɪˈvaɪs træks jʊr hɑrt reɪt θruˈaʊt ðə deɪ/
Dit apparaat volgt je hartslag gedurende de hele dag.
The technicians installed a safety device on the machine.
/ðə tɛkˈnɪʃənz ɪnˈstɔld ə ˈseɪfti dɪˈvaɪs ɑn ðə məˈʃin/
De technici installeerden een veiligheidsvoorziening op de machine.
Collocaties
AI-gegenereerd