1
zelfstandig naamwoord[C]
Een stof die als medicijn wordt gebruikt om een ziekte of aandoening te behandelen, te genezen of te voorkomen.
/drʌɡ/
Uitspraak
Etymologie
From Middle English drogge, via Old French drogue; the ultimate origin is uncertain, possibly related to Middle Dutch droge, meaning “dry goods.”
Voorbeelden
The doctor prescribed a new drug for her asthma.
/ðə ˈdɑːktər prɪˈskraɪbd ə nuː drʌɡ fər hər ˈæzmə/
De dokter schreef haar een nieuw medicijn voor tegen haar astma.
This drug can cause drowsiness.
/ðɪs drʌɡ kən kɔːz ˈdraʊzinəs/
Dit medicijn kan slaperigheid veroorzaken.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd