1
zelfstandig naamwoord[U]
Fijne, droge deeltjes materie, vooral vuil, aarde of dode huid, die zich op oppervlakken afzetten of door de lucht zweven.
/dʌst/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Oudengels dūst, met de betekenis ‘stof, fijne deeltjes’; verwante vormen komen voor in andere Germaanse talen.
Voorbeelden
A thin layer of dust covered the bookshelf.
/ə θɪn ˈleɪər əv dʌst ˈkʌvərd ðə ˈbʊkʃɛlf/
Een dun laagje stof bedekte de boekenkast.
She wiped the dust from the table.
/ʃi waɪpt ðə dʌst frəm ðə ˈteɪbəl/
Ze veegde het stof van de tafel.
Collocaties
AI-gegenereerd