1
zelfstandig naamwoord[C]
Klein apparaat dat in of op het oor wordt gedragen om geluid te beluisteren van een telefoon, muziekspeler, computer of andere audioapparatuur; meestal gebruikt als een paar.
/ˈɪrˌfoʊn/
Uitspraak
Etymologie
Formed in English from ear + phone, short for telephone or related sound-transmitting device.
Voorbeelden
She plugged in one earphone to listen to the podcast.
/ʃi plʌɡd ɪn wʌn ˈɪrˌfoʊn tə ˈlɪsən tə ðə ˈpɑdˌkæst/
Ze sloot één oortelefoon aan om naar de podcast te luisteren.
The left earphone stopped working during my run.
/ðə lɛft ˈɪrˌfoʊn stɑpt ˈwɝkɪŋ ˈdʊrɪŋ maɪ rʌn/
De linker oortelefoon deed het niet meer tijdens mijn hardlooprondje.
Synoniemen
Collocaties
wireless earphones
a pair of earphones
put in an earphone
earphone jack
left earphone
AI-gegenereerd