1
zelfstandig naamwoord[U]
De gereedschappen, machines, kleding of andere voorwerpen die nodig zijn voor een bepaalde activiteit, taak of bedoeling.
/ɪˈkwɪp.mənt/
Uitspraak
Etymologie
Afkomstig van equip + -ment, beïnvloed door Frans équipement, van équiper, wat ‘uitrusten’ betekent.
Voorbeelden
The laboratory needs new equipment for DNA analysis.
/ðə ˈlæb.rə.tɔːr.i niːdz nuː ɪˈkwɪp.mənt fɔːr ˌdiː.enˈeɪ əˈnæl.ə.sɪs/
Het laboratorium heeft nieuwe apparatuur nodig voor DNA-analyse.
All camping equipment must be cleaned before storage.
/ɔːl ˈkæm.pɪŋ ɪˈkwɪp.mənt mʌst bi kliːnd bɪˈfɔːr ˈstɔːr.ɪdʒ/
Alle kampeeruitrusting moet vóór opslag worden schoongemaakt.
Collocaties
AI-gegenereerd