1
zelfstandig naamwoordTelbaar, ontelbaar [C, U]
Het latere deel van de dag, vooral de periode van ongeveer zonsondergang tot bedtijd.
/ˈiːvnɪŋ/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Oudengels ǣfnung, van ǣfen, wat ‘avond’ betekent.
Voorbeelden
We usually eat dinner in the evening.
/wi ˈjuːʒuəli iːt ˈdɪnər ɪn ði ˈiːvnɪŋ/
We eten meestal ’s avonds dinner.
The sky turned orange that evening.
/ðə skaɪ tɜːrnd ˈɔːrɪndʒ ðæt ˈiːvnɪŋ/
De lucht werd die avond oranje.
Collocaties
AI-gegenereerd