1
zelfstandig naamwoord[C, U] telbaar, ontelbaar
een dikke wolk van kleine waterdruppeltjes dicht bij de grond die het moeilijk maakt om te zien
/fɑːɡ/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Middelengels fogge, van onzekere oorsprong; de betekenis ‘weer’ kan verwant zijn aan eerdere betekenissen die verwezen naar dichte groei of vochtigheid.
Voorbeelden
The fog lifted by noon.
/ðə fɑːɡ ˈlɪftɪd baɪ nuːn/
De mist trok tegen de middag op.
Thick fog delayed the flights.
/θɪk fɑːɡ dɪˈleɪd ðə flaɪts/
Dichte mist vertraagde de vluchten.
Collocaties
AI-gegenereerd