1
zelfstandig naamwoord[U]
Stoffen die mensen of dieren eten of drinken om te leven en te groeien.
/fuːd/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Oudengels fōda, met de betekenis ‘voedsel, voeding’, verwant aan feed.
Voorbeelden
We need to buy food for the trip.
/wi niːd tə baɪ fuːd fər ðə trɪp/
We moeten voedsel kopen voor de reis.
The animals were searching for food.
/ði ˈænɪməlz wər ˈsɝːtʃɪŋ fər fuːd/
De dieren waren op zoek naar voedsel.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd