1
zelfstandig naamwoord[U]
Het zachte, dichte haar dat de huid van veel zoogdieren bedekt.
/fɝ/
Uitspraak
Etymologie
From Middle English furre, probably from Old French forrer, meaning “to line or sheath.”
Voorbeelden
The rabbit's fur was soft and warm.
/ðə ˈræbɪts fɝ wəz sɔft ənd wɔrm/
De vacht van het konijn was zacht en warm.
Polar bears have dense fur that helps keep them warm.
/ˈpoʊlər bɛrz hæv dɛns fɝ ðæt hɛlps kip ðɛm wɔrm/
IJsberen hebben een dichte vacht die helpt hen warm te houden.
Collocaties
AI-gegenereerd