1
zelfstandig naamwoord[C]
Een bedekking voor de hand, meestal met aparte delen voor elke vinger en de duim, gedragen voor warmte, bescherming of als modeaccessoire.
/ɡlʌv/
Uitspraak
Etymologie
Van het Oudengelse glōf, van onzekere oorsprong.
Voorbeelden
She pulled on a warm glove before going outside.
/ʃiː pʊld ɑːn ə wɔːrm ɡlʌv bɪˈfɔːr ˈɡoʊɪŋ ˌaʊtˈsaɪd/
Ze trok een warme handschoen aan voordat ze naar buiten ging.
These leather gloves are lined with wool.
/ðiːz ˈlɛðər ɡlʌvz ər laɪnd wɪð wʊl/
Deze leren handschoenen zijn gevoerd met wol.
Collocaties
AI-gegenereerd