1
zelfstandig naamwoord[U]
kleine bolletjes of klonten ijs die als regen uit wolken vallen
/heɪl/
Uitspraak
Etymologie
Old English hægl, hagol, of Germanic origin; related to German Hagel.
Voorbeelden
Hail damaged the greenhouse roof.
/heɪl ˈdæmɪdʒd ðə ˈɡriːnhaʊs ruːf/
De hagel beschadigde het dak van de kas.
The storm brought heavy hail and strong winds.
/ðə stɔːrm brɔːt ˈhɛvi heɪl ænd strɔːŋ wɪndz/
De storm bracht zware hagel en harde wind.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd