1
zelfstandig naamwoord[C]
Een lange gang in een gebouw, met deuren naar kamers.
/ˈhɔːlweɪ/
Uitspraak
Etymologie
Een samenstelling van hall en way, letterlijk ‘een weg of doorgang die met een hall is geassocieerd’; in gebruik sinds de 19e eeuw.
Voorbeelden
The hallway was lined with family photographs.
/ðə ˈhɔːlweɪ wəz laɪnd wɪð ˈfæməli ˈfoʊtəɡræfs/
De gang was met familiefoto’s bekleed.
Please keep the hallway clear in case of a fire.
/pliːz kiːp ðə ˈhɔːlweɪ klɪr ɪn keɪs əv ə faɪr/
Houd de gang alstublieft vrij in geval van brand.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd