1
zelfstandig naamwoord[C]
Een bezigheid die iemand regelmatig in zijn vrije tijd voor zijn plezier doet.
/ˈhɑːbi/, /ˈhɒbi/
Uitspraak
Etymologie
Verkorting van hobby-horse, oorspronkelijk een speelgoedpaard of favoriete bezigheid; uiteindelijk van het Middelengelse hoby, dat een klein paard of pony betekende.
Voorbeelden
I took up photography as a hobby last year.
/aɪ tʊk ʌp fəˈtɑːɡrəfi æz ə ˈhɑːbi læst jɪr/
Ik ben vorig jaar met fotografie begonnen als hobby.
Her hobbies include gardening and chess.
/hɝ ˈhɑːbiz ɪnˈkluːd ˈɡɑːrdənɪŋ ænd tʃes/
Haar hobby's zijn tuinieren en schaken.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd