1
zelfstandig naamwoord[C, U]
Een gevoel dat je wilt dat iets gebeurt en gelooft dat het kan gebeuren.
/hoʊp/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Oudengelse hopa en hopian, verwant aan Middelnederduits en Middelnederlands hopen, wat ‘hopen’ betekent.
Voorbeelden
I still have hope that things will improve.
/aɪ stɪl hæv hoʊp ðæt θɪŋz wɪl ɪmˈpruːv/
Ik heb nog steeds hoop dat het beter zal gaan.
Her words gave us hope during the crisis.
/hɝː wɝːdz ɡeɪv ʌs hoʊp ˈdʊrɪŋ ðə ˈkraɪsɪs/
Haar woorden gaven ons hoop tijdens de crisis.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd