1
bijvoeglijk naamwoordAan zelfvertrouwen ontbrekend of angstig en onzeker over zichzelf.
/ˌɪn.sɪˈkjʊr/
Uitspraak
Etymologie
Van het voorvoegsel in- dat ‘niet’ betekent + secure, uiteindelijk uit het Latijn securus, dat ‘zorgeloos, veilig’ betekent.
Voorbeelden
He felt insecure about speaking in public.
/hi fɛlt ˌɪn.sɪˈkjʊr əˈbaʊt ˈspiː.kɪŋ ɪn ˈpʌb.lɪk/
Hij voelde zich onzeker over spreken in het openbaar.
She became insecure after hearing the criticism.
/ʃi bɪˈkeɪm ˌɪn.sɪˈkjʊr ˈæf.tɚ ˈhɪr.ɪŋ ðə ˈkrɪt.ɪˌsɪz.əm/
Ze werd onzeker na het horen van de kritiek.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd