1
werkwoord[T]
blijven hebben of vasthouden; iets niet weggeven, verliezen of weggooien.
/kiːp/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Oudengels cēpan, met de betekenis ‘grijpen, vasthouden, waarnemen, verzorgen’, van West-Germaanse oorsprong.
Voorbeelden
Please keep the receipt.
/pliːz kiːp ðə rɪˈsiːt/
Bewaar alstublieft het bonnetje.
You can keep the book if you like it.
/juː kən kiːp ðə bʊk ɪf juː laɪk ɪt/
Je mag het boek houden als je het leuk vindt.
Collocaties
AI-gegenereerd