1
zelfstandig naamwoord[C]
Een plat, meestal groen deel van een plant dat uit een stengel of tak groeit en voedsel maakt door fotosynthese.
/liːf/
Uitspraak
Etymologie
Van Oudengels lēaf, van Germaanse oorsprong; verwant aan Nederlands loof en Duits Laub.
Voorbeelden
A green leaf fell from the oak tree.
/ə ɡriːn liːf fɛl frəm ði oʊk triː/
Een groen blad viel van de eikenboom.
The caterpillar ate a leaf.
/ðə ˈkætərˌpɪlər eɪt ə liːf/
De rups at een blad.
Collocaties
AI-gegenereerd