1
werkwoord[T]
Iemand toestaan of toestemming geven iets te doen.
/lɛt/
Uitspraak
Etymologie
From Old English lǣtan, meaning “to allow, leave, or cause to go.”
Voorbeelden
She let the children play outside.
/ʃi lɛt ðə ˈtʃɪldrən pleɪ ˌaʊtˈsaɪd/
Ze liet de kinderen buiten spelen.
Please let me know if you need help.
/pliːz lɛt mi noʊ ɪf ju nid hɛlp/
Laat het me weten als je hulp nodig hebt.
Collocaties
AI-gegenereerd