1
zelfstandig naamwoord[C]
Een zichtbare vlek, lijn, verkleuring of ander teken op een oppervlak.
/mɑːrk/
Uitspraak
Etymologie
Van het Oudengels mearc, met de betekenis 'grens, teken, markering', uit het Proto-Germaans *markō.
Voorbeelden
The red mark on the wall was hard to remove.
/ðə rɛd mɑːrk ɑːn ðə wɔːl wəz hɑːrd tə rɪˈmuːv/
De rode vlek op de muur was moeilijk te verwijderen.
There was a muddy mark on his shirt.
/ðɛr wəz ə ˈmʌdi mɑːrk ɑːn hɪz ʃɝːt/
Er zat een moddervlek op zijn hemd.
Collocaties
AI-gegenereerd