1
zelfstandig naamwoord[U]
munten, bankbiljetten en andere geaccepteerde betaalmiddelen die worden gebruikt om goederen en diensten te kopen
/ˈmʌni/
Uitspraak
Etymologie
Van Middelengels moneie, uit Oudfrans moneie, uit Latijn monēta, met de betekenis ‘munt, muntslag’, oorspronkelijk in verband gebracht met de tempel van Juno Moneta in Rome.
Voorbeelden
I need money to buy lunch.
/aɪ niːd ˈmʌni tə baɪ lʌntʃ/
Ik heb geld nodig om lunch te kopen.
How much money do you have?
/haʊ mʌtʃ ˈmʌni duː ju hæv/
Hoeveel geld heb je?
Collocaties
AI-gegenereerd