1
zelfstandig naamwoord[C] telbaar
Een systeem van verbonden mensen, dingen of plaatsen die met elkaar communiceren, functioneren of op elkaar inwerken.
/ˈnetwɝːk/
Uitspraak
Etymologie
Van net + work, oorspronkelijk een aanduiding voor een rangschikking van draden of lijnen als een net; later uitgebreid tot onderling verbonden systemen.
Voorbeelden
Home computers share files over the network.
/hoʊm kəmˈpjuːtərz ʃer faɪlz ˈoʊvər ðə ˈnetwɝːk/
Thuiscomputers delen bestanden via het netwerk.
The city is expanding its bus network.
/ðə ˈsɪti ɪz ɪkˈspændɪŋ ɪts bʌs ˈnetwɝːk/
De stad breidt haar busnetwerk uit.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd