1
zelfstandig naamwoord[C, meestal in het meervoud]
Een voedingsmiddel gemaakt van een deeg van bloem, water en soms ei, in lange dunne reepjes of andere vormen gesneden en meestal gekookt.
/ˈnuːdəlz/
Uitspraak
Etymologie
Meervoud van noodle, uit het Duitse Nudel, van onzekere oorsprong.
Voorbeelden
She ordered noodles with spicy peanut sauce.
/ʃi ˈɔːrdərd ˈnuːdəlz wɪð ˈspaɪsi ˈpiːnʌt sɔːs/
Zij bestelde noedels met pittige pindasaus.
The soup is full of noodles and vegetables.
/ðə suːp ɪz fʊl əv ˈnuːdəlz ænd ˈvɛdʒtəbəlz/
De soep zit vol noedels en groenten.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd