1
werkwoord[T]
Dingen op een geplande, ordelijke of systematische manier rangschikken.
/ˈɔːrɡənaɪz/
Uitspraak
Etymologie
From Middle French organiser, from Medieval Latin organizare, based on Latin organum meaning “instrument” or “organ.”
Voorbeelden
Please organize the files by date.
/pliːz ˈɔːrɡənaɪz ðə faɪlz baɪ deɪt/
Sorteer de bestanden alstublieft op datum.
She organized her thoughts before speaking.
/ʃiː ˈɔːrɡənaɪzd hər θɔːts bɪˈfɔːr ˈspiːkɪŋ/
Ze ordende haar gedachten voordat ze sprak.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd