1
zelfstandig naamwoord[C]
Een tas, bundel of container waarin dingen worden gedragen of bewaard.
/pæk/
Uitspraak
Etymologie
Uit het Middelnederlands of Middelnederduits pak, met de betekenis ‘bundel’ of ‘pakket’.
Voorbeelden
She carried a pack of supplies up the trail.
/ʃi ˈkærid ə pæk əv səˈplaɪz ʌp ðə treɪl/
Ze droeg een pak benodigdheden de route op.
The hiker's pack was too heavy.
/ðə ˈhaɪkərz pæk wəz tu ˈhɛvi/
De rugzak van de wandelaar was te zwaar.
Collocaties
AI-gegenereerd