1
zelfstandig naamwoord[U]
brieven, pakketten of andere zaken die via de post worden verzonden en bezorgd; de postdienst zelf.
/poʊst/
Uitspraak
Etymologie
Van Middelengels post, uit het Oudfranse poste, uit het Italiaanse posta, oorspronkelijk gebruikt voor een vaste halte voor paarden- of messagierrelays.
Voorbeelden
The post arrived late today.
/ðə poʊst əˈraɪvd leɪt təˈdeɪ/
De post kwam vandaag laat aan.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd