1
zelfstandig naamwoord[C]
een korte kennisstest, vooral in de klas
/kwɪz/
Uitspraak
Etymologie
Laat-18e-eeuwse oorsprong onzeker; het woord werd oorspronkelijk gebruikt voor een vreemd persoon of ding, later voor een grap of bedriegertje, en daarna voor ondervragen of toetsen.
Voorbeelden
The teacher gave us a short quiz on Friday.
/ðə ˈtiːtʃər ɡeɪv ʌs ə ʃɔːrt kwɪz ɑːn ˈfraɪdeɪ/
De leraar gaf ons vrijdag een korte quiz.
I got nine out of ten on the quiz.
/aɪ ɡɑːt naɪn aʊt əv ten ɑːn ðə kwɪz/
Ik had negen van de tien op de quiz.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd