1
zelfstandig naamwoord[U]
Water dat in druppels uit wolken valt.
/reɪn/
Uitspraak
Etymologie
Van Oudengels regn, rēn, van Germaanse oorsprong; verwant aan Nederlands regen en Duits Regen.
Voorbeelden
Rain began before dawn.
/reɪn bɪˈɡæn bɪˈfɔːr dɔːn/
De regen begon voor zonsopgang.
The forecast says heavy rain will continue.
/ðə ˈfɔːrˌkæst sɛz ˈhɛvi reɪn wɪl kənˈtɪnjuː/
Volgens de weersverwachting zal de zware regen aanhouden.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd