1
zelfstandig naamwoord[C]
De manier waarop twee of meer mensen met elkaar verbonden zijn, met elkaar omgaan of zich tot elkaar gedragen.
/rɪˈleɪʃənʃɪp/
Uitspraak
Etymologie
Van relation + -ship; relation is uiteindelijk afgeleid van het Latijnse relatio, dat ‘het terugbrengen, verslag, verbinding’ betekent.
Voorbeelden
Their relationship improved after they learned to communicate.
/ðɛr rɪˈleɪʃənʃɪp ɪmˈpruvd ˈæftər ðeɪ ˈlɝnd tə kəˈmjunəˌkeɪt/
Hun relatie verbeterde nadat ze hadden geleerd te communiceren.
She has a close relationship with her sister.
/ʃi hæz ə kloʊs rɪˈleɪʃənʃɪp wɪð hɝ ˈsɪstər/
Ze heeft een hechte relatie met haar zus.
Synoniemen
Antoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd