1
werkwoordOvergankelijk, onovergankelijk [T, I]
Iemand eten of drinken geven, vooral als onderdeel van een maaltijd of in een restaurant.
/sɝːv/
Uitspraak
Etymologie
Van Middelengels serven, via Oudfrans servir, uit Latijn servire, met de betekenis ‘een dienaar zijn’ of ‘dienen’.
Voorbeelden
They serve breakfast until ten.
/ðeɪ sɝːv ˈbrɛkfəst ənˈtɪl tɛn/
Ze serveren ontbijt tot tien uur.
The waiter served coffee to everyone at the table.
/ðə ˈweɪtər sɝːvd ˈkɔːfi tu ˈɛvriˌwʌn æt ðə ˈteɪbəl/
De ober serveerde koffie aan iedereen aan tafel.
Collocaties
AI-gegenereerd