1
zelfstandig naamwoord[C]
Buitenkanten voor de voeten, doorgaans gemaakt van leer, stof, rubber of een vergelijkbaar materiaal, en meestal voorzien van een stevige zool.
/ʃuːz/
Uitspraak
Etymologie
Meervoud van shoe, uit het Oudengels scōh, van Germaanse oorsprong.
Voorbeelden
She bought new shoes for the wedding.
/ʃiː bɔːt nuː ʃuːz fər ðə ˈwɛdɪŋ/
Ze kocht nieuwe schoenen voor de bruiloft.
Please take off your shoes at the door.
/pliːz teɪk ɔːf jʊr ʃuːz æt ðə dɔːr/
Trek bij de deur alsjeblieft je schoenen uit.
Collocaties
AI-gegenereerd