1
zelfstandig naamwoord[C, U]
Een geur of reuk; de eigenschap van iets die door de neus wordt waargenomen.
/smel/
Uitspraak
Etymologie
Van het Middelnederlandse smellen, waarschijnlijk verwant aan het Oudengelse smylte, met de betekenis ‘mild’ of ‘aangenaam’, waarna de betekenis zich verder ontwikkelde tot ‘geur’.
Voorbeelden
A sweet smell filled the kitchen.
/ə swiːt smel fɪld ðə ˈkɪtʃən/
Een zoete geur vulde de keuken.
The smell of smoke woke us up.
/ðə smel əv smoʊk woʊk ʌs ʌp/
De geur van rook maakte ons wakker.
Collocaties
AI-gegenereerd