1
zelfstandig naamwoord[C, U]
Een zoete, gearomatiseerde koolzuurhoudende drank; een frisdrank.
/ˈsoʊdə/
Uitspraak
Etymologie
Van Italiaans soda, oorspronkelijk een verwijzing naar een plant waarvan de as een alkalische stof opleverde, uiteindelijk verwant aan Arabisch suwwād, een soort zoutmelde.
Voorbeelden
She ordered a soda with her lunch.
/ʃi ˈɔrdərd ə ˈsoʊdə wɪð hər lʌntʃ/
Ze bestelde een frisdrank bij haar lunch.
The vending machine sells soda.
/ðə ˈvɛndɪŋ məˈʃin sɛlz ˈsoʊdə/
De automaat verkoopt frisdrank.
Synoniemen
Collocaties
AI-gegenereerd